
Noordpool van uit de lucht (afb: NASA)
In de winter zijn de Noordelijke IJszee en aanpalende wateren geheel met ijs bedekt. Die ijslaag smelt in de zomer en het bevroren oppervlak wordt de laatste jaren steeds kleiner. Normaal bereikt dat oppervlak midden september zijn laagste stand. 2019 stond op de tweede plaats, na 2012, maar is nu verdreven door september 2020.
Met een hittegolf dit voorjaar in Siberië begon de smelt dit jaar al vroeg. De temperaturen lagen zo’n 8 tot 10 graden boven normaal. Het minimum dit jaar ligt zo’n 2,5 miljoen km2 onder het gemiddelde van 1981 tot 2010. Na 2012 was het de tweede keer dat de minimumomvang onder de 4 miljoen km2 kwam.
Warm
“Het was dit jaar erg warm rond de Noordpool”, zei Nathan Kurtz van de NASA. “De smeltseizoenen beginnen steeds vroeger. Hoe eerder dat begint hoe meer ijs er meestal verloren gaat.” Een en ander heeft er ook mee te maken dat het Noordpoolzeeijs steeds dunner is geworden. Er is steeds minder dik, meerjarig ijs over. Daar komt bij dat warmer water uit de Atlantische Oceaan, meestal onder het koudere Noordpoolwater steeds dichter in de buurt van het zeeijs komt, waardoor dat ook van onderaf smelt.
Volgens zijn collega Mark Serreze zijn er verschillende ‘scenario’s’ die zorgen voor de voortgaande verdwijning van het Noordpoolijs: verdwijning van het meerjarige ijs, een vroegere start van het smeltseizoen en meer open water dat mee zonnewarmte absorbeert. “Met het verkleinen van de ijsomvang zien we dat ook steeds meer meerjarig ijs verdwijnt. Het ijjs verdwijnt in de zomer maar is ook steeds dunner. Je verliest zowel dikte als oppervlak.”
Bron: Science Daily