
Embryonaal weefsel van een zebravisje. Het bruine magneetbolletje wordt voor krachtmetingen gebruikt (afb: Otger Campàs et al.)
Lees verder
Embryonaal weefsel van een zebravisje. Het bruine magneetbolletje wordt voor krachtmetingen gebruikt (afb: Otger Campàs et al.)
De vleugschijf van een fruitvliegje voor (l) en na de eversie. Donkerder grijd is de vleugelschijfzak (afb: Natalie Dye et al./Science)
Een belangrijke vraag in de biologie is hoe de vorm van weefsel van meercellige organismen wordt gestuurd. Onderzoeksters rond Natalie Dye van de technische universiteit in Dresden denken nu een mechanisme gevonden te hebben waarmee weefsels kunnen worden ‘geprogrammeerd’ om van een platte toestand over te gaan in een driedimensionale vorm. Het is dan wel de vraag of die fundamentele vraag daarmee is beantwoord voor alle meercelligen. Lees verder
Muizenembryo. De chromosomen en celmembranen zijn zichtbaar gemaakt voor de microscoop met behulp van lichtgevende eiwitten (afb: PNAS)
Op de een of andere manieren ontwikkelen zich in een embryo op verschillende plaatsen ander cellen (en dus weefsels) in een sublieme vorm van zelforganisatie. David Brückner en Gašper Tkačik van het Instituut voor Wetenschap en Technologie Oostenrijk (ISTA) hebben nu een wiskundige aanpak ontwikkeld waarmee ze dit proces kunnen doorgronden en de optimale parameters ervan kunnen voorspellen. Lees verder
Het genoom van de Tmesipteris-oblanceolatavaren is voorlopig de grootste. Vooral planten blijken enorme genomen te hebben (rechts) (afb: Ilia Leitch et. al/Cell)
Een plant, in feite een parasiet die geen eigen wortels heeft en groeit op een boombast, schijnt het langste DNA te hebben (pdf-bestand) dat tot nu toe gevonden is. Uitgerekt zou dat molecuul maar liefst zo’n 106 m lang zijn (het DNA-molecuul van de mens uit, uitgerekt, zo’n 2 m lang). Er zijn meer planten die bijzonder grote DNA-moleculen hebben. Waarom dat zo is is voor de biologen en genetici onder ons nog steeds een groot vraagstuk. Lees verder
Het jonge Zwitserse bedrijf FinalSpark schijnt ingezet te hebben op bio. Al vaker is onderzoek gedaan naar DNA als reken- of opslagmateriaal, maar FinalSpark denkt dat hersencellen daar beter voor geschikt zijn. Dat zal nog niet zo eenvoudig zijn, want levende cellen moeten gevoed worden. Groot voordeel van een biocomputer is dat die vele malen minder energie verstookt dan de elektronische, maar hoe hij je die in leven? Lees verder
Mieren die suiker kregen met een ‘scheut’ caffeïne als beloning wisten beter de plek te vinden waar ze de beloning kregen dan de mieren die geen cafeïne hadden gekregen maar alleen suiker. Overigens bleken de koffiemieren niet harder te gaan lopen dan de zondermieren. Ze vonden gewoon een kortere route. De proeven werden gedaan met de Argentijnse mier, een soort die tegenwoordig over de hele wereld wordt aangetroffen en als schadelijk worden gezien.
Lees verder
Als bij muisembryo’s de aanmaak van zes kleine RNA-moleculen (microRNA’s) dan blijken vruchten met het mannelijke Y-chromosoom toch vrouwtjes te worden, zo konden onderzoekers rond Rafael Jiménez van de universiteit van Granada (Sp) constateren. Die microRNA’s blijken een belangrijke rol te spelen in de geslachtsbepaling van zoogdieren (in ieder geval van muisjes). Kennelijk maken niet alleen de geslachtschromosomen (de X– en Y-chromosoom) uit of een foetus mannelijk of vrouwelijk wordt. Lees verder
De structuur van eiwitten zegt veel over zijn functionaliteit
De vorm van een eiwit zegt veel over waar dat voor dient. Tot niet zo heel lang geleden moest die vorm vaak met veel moeite worden achterhaald, tot Google in 2019 met AlphaFold op de proppen kwam. Dat schijnt het eiwitonder-zoek, in combi-natie met kunst-matige intelligentie, een heel eind op weg gebracht te hebben. Nu kan AlphaFold ook de structuur (en daarmee wisselwerking met andere verbindingen) voorspellen van andere biomoleculen dan eiwitten. Lees verder
Tot nu toe was duister wat die B-cellen (groen) in de zwezerik deden (afb: Jan Böttcher & Thomas Korn TU München)
Bepaalde afweercellen, T-cellen, moeten eerst leren wie of wat vriend of vijand zijn en niet het eigen systeem aanvallen. Dat ‘leerproces’ vindt plaats in de zwezerik ( ook wel thymus genoemd) met als ‘leraren’ epitheelcellen. Daar zijn, zo blijkt, B-cellen onmisbaar voor. Als daar iets fout gaat dan kan een autoimmuunziekte ontstaan waarbij afweercellen (onderdelen van) het eigen systeem aanvallen. Tenminste, dat zou zijn bewezen bij de immuunziekte neuromyelitis optica, een ziekte die lijkt op multipele sclerose. Lees verder
Hoe het leven ontstaan is is nog steeds duister. Belangrijk voor het ontstaan van leven zijn de celwanden en/of -membranen. Die blijken gemakkelijk gevormd te worden in alkalische heetwaterbronnen (pH 9) met een snufje waterstof (H2, bicarbonaat (HCO3–) en magnetiet (Fe2O3). Na zo’n zestien uur borrelen hadden zich, onder veel meer, vetzuren gevormd tot een lengte van achttien koolstofatomen, zagen onderzoekers rond Graham Purvis van de universiteit van Newcastle (VK). Vetzuren vormen vanwege hun ‘ambivalente’ houding tegenover water (deels afstotend, deels aantrekkend`) makkelijk holle vetbolletjes. Lees verder